Een column naar aanleiding van ‘De man die alles weet’, een kleutervoorstelling (4+) van Maas Theater en Dans en Artemis

Foto archief: Maas Theater en Dans

                                                                                                                                                                     

Nietsvermoedend en zelf ook wat onbevangen klik ik op play van de registratie van De man die alles weet, de voorstelling van Artemis en Maas Theater en Dans uit 2014. Mijn koptelefoon geeft me meteen dat ene ingrediënt dat me te midden van een kleutervoorstelling brengt: hoge kinderstemmen door elkaar schreeuwend, nog voor de voorstelling is gestart. Deze verstommen echter direct, zodra er een man met een gitaar op komt. Het gaat beginnen!

Theaterregels. Grote kans dat deze voor een vierjarige voorstellingsganger nog onbekend zijn, maar de kinderen worden door de spelers (één muzikant, twee acteurs) goed geïntroduceerd en vooral goed opgejut. Simpele elementen, zoals een spot op de verkeerde plek die blijft verplaatsen als je er naar toe wilt lopen, vormen de aanleiding voor uitroepen als: ‘HUH?!’, ‘HOE KAN DAT?!’ en ‘JE MOET HEM GOOIEN!’, waarna er a capella een eenstemmige koorzang ontstaat van een gezamenlijk ‘GOOIEN! GOOIEN! GOOIEN!’.

Door deze vrolijke hoge stemmen die uit het publiek komen, start mijn zoektocht, in de vorm van een race, naar de ware publieksparticipant. En dat is een leuke zoektocht, want het onbevangen kind is een wonderbaarlijk publiek. Het doorbreken van tekens die in het begin worden ingezet –de acteur kan de kinderen horen, en speelt in op wat zij zeggen– wordt niet gesignaleerd, en de kijkertjes krijgen het verbazingwekkend goede idee om harder te gaan schreeuwen.

Onder deze kinderen ontwaar ik een aantal verschillende soorten publieksparticipanten, waar ik er een paar van zal noemen. Als eerste heb je de slimmerik, die een prachtig –waarschijnlijk net nieuw geleerd– woord inzet: ‘Je moet hem vangen, maak een LASSO!’ Dan volgt meteen de meeloper, die enkel de mond opentrekt, als de ander dat doet: ‘MAAK EEN LASSO! EEN LASSO!’.

Een ander pareltje, vind ik zelf, is het ik-waag-de-gok-kind, dat in doodse stilte de gok neemt om een opmerking te maken. Die wordt in deze voorstelling, door acteur René van ’t Hof, beloond met een directe reactie. Als deze opmerking dan ook nog eens goud is: ‘Er staat niks op!’ –wanneer er een verfrommeld spiekbriefje uit de broekzak wordt getrokken- geef ik in mijn hoofd 100 punten aan dit kind. Goed gedaan, ik-waag-de-gok-kind!

De voorstelling heeft nog een ingrediënt waarbij een aantal publieksparticipanten zich mag bewijzen in de door mij zelf opgestelde race. René speelt de man die alles weet, die naar het eind van de voorstelling toe een doos met vragen op het podium krijgt die hij mag beantwoorden. Als de vraag wordt gesteld wat dat dan is, ‘alles’, vragen de twee andere spelers aan een paar kinderen, of zij even kunnen helpen om van achter het gordijn ‘alles’ te gaan pakken. Vier enthousiaste kinderen lopen het podium over en verdwijnen achter het gordijn.

Ik stel mij zo voor dat er wordt gefluisterd dat ze moeten doen ‘alsof ze iets heel groots en zwaars tillen’, en dat vier paar ogen –nog wennend aan het veranderde licht– glazig terugstaren, zonder dat de kinderen aan kunnen geven of ze het hebben begrepen of niet.

Dit resulteert in het ik-geloof-in-jouw-fantasie-maar-ik-doe-er-niet-aan-mee-kind. En dit is dan ook meteen het kind dat direct 200 punten verdient.

Samen met de spelers tillen de andere drie kinderen het grote ‘alles’ het podium op. Het vierde kind loopt wel degelijk mee, maar zijn armen bungelen langs zijn lijf; zo van, jongens, zo kan het ook. Goud, 200 punten.

Maar net niet genoeg, helaas. De hoofdprijs gaat naar het kind met ‘de beste vraag van vandaag’, wanneer de kinderen na de voorstelling nog een aantal vragen mogen stellen aan de man die alles weet. Hier ontrafelen zich de écht goede vragen van het leven als ‘Hoe komt de eerste mens tot leven?’, ‘Bestaat Allah?’ en ‘Was het eerst dag of nacht toen de aarde ging bestaan?’. Maar de prijs, met een uitstekende eindstand van 250 punten, voor de ware publieksparticipant gaat naar het kind, dat zonder blikken of blozen een formidabele vraag stelt, waar ik zelf, na een aantal uur, nog steeds mee zit. Dat is de vraag: ‘Hoe zwemmen haaien?‘. Beste man, gefeliciteerd, het is je gegund.

Registratie ook bekijken? Ga naar: https://www.maastd.nl/tv/  

Banner uit archief van Maas Theater en Dans

Geschreven door Vera Bonder, derdejaars student ArtEZ Docent Theater

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *